Volkskrant | 15-02-2010 | Mirjam van der Linden
Whodunit moet het hebben van het beeld
Als het lijk dan eindelijk, na ruim anderhalf uur, in de krochten van het bed wordt gevonden, weet je nog steeds niet precies wat er is gebeurd. Innenschau van mimeregisseur Jakop Ahlbom, die in 2006 doorbrak met Vielfalt, is een whodunit zonder oplossing en in de verkeerde volgorde, met een stoet aan beelden uit een verwarde ziel. Die beelden zijn de grootste kracht.
De obsessie voor de vrouw met wie de lange man (Reinier Schimmel) en misschien ook wel de kleine man (Peter Kádár) slaapt, leidt tot de meest bizarre fantasieën over haar. Ze wringt zich in allerlei bochten als slangenmens, stroopt haar onschuldige huid af of verandert in een gigantische opblaaspop met een vulva waarin hij – óók letterlijk – kan verdwijnen.
De achteloosheid waarmee het absurde als normaal wordt gepresenteerd en geaccepteerd, is fantastisch, evenals sommige transformaties. Een kast wordt een badkamer als er een tandenpoetsende man uitstapt. En is de dame in glitterjurk wel de anonieme vrouw die geniet van zijn voyeurisme? Of is ze zijn partner, die zijn afstandelijke blik met de mantel der liefde bedekt?
Moeizamer is de spanningsboog. Het is gewaagd om bijna zonder tekst zo’n traag uitgesponnen verhaal neer te zetten. Nu en dan echter is het moeilijk betrokken te blijven, dreigen we alleen nog inventieve plaatjes te zien. Niet alleen omdat de moord pas aan het eind komt, maar ook omdat het ritme nogal gelijkmatig is en de hoofdpersoon, ondanks de blik in zijn ziel, op afstand blijft.
|