Brabants Dagblad | maandag 8 maart 2010 | Marjolijn Sengers
Ideale vertolker van feeërieke muziek
Seconden lang is het muisstil, de fluit nog aan de mond, de hand nog geheven. Fluitist Jacques Zoon en dirigent Stefan Solyom laten de laatste klanken van ‘Aile du songe’ weg ebben in de stilte, maken de stilte deel van de muziek en de muziek van de stilte.
Daverend applaus zou onverdraaglijk zijn geweest na twintig minuten te hebben verkeerd in de kleurrijke en fantasievolle wereld van de Finse componiste Kaija Sariaaho ( 1952). Sariaaho’s muziek wordt omschreven als ‘geluid dat appelleert aan onze diepste herinnering’. Ik kan me in die omschrijving wel vinden. Van die diepste herinnering ben ik me niet bewust, maar dat er met de natuurverbonden klanken van Sariaaho iets mee resoneert is zeker.
Bij Jacques Zoon resoneert ook het nodige mee. Hij is de beste fluitist die ik op dit moment ken. Zijn glanzende, kneedbare toon, zijn expressie, zijn communicatie met orkest en zaal maken hem tot de ideale vertolker van deze feeërieke muziek.
Zijn spel is voortdurend in beweging, elke toon die hij speelt komt ergens vandaan en gaat ergens naar toe. Je kunt het als fluitist ánders doen, maar je kunt niet méér doen dan Zoon om over te brengen wat jij in de muziek hoort.
Het Brabants Orkest speelt de negenendertigste symfonie van Haydn in kleine bezetting en met klavecimbel; goed om te zien dat de verworvenheden van de oude muziek beweging bij dit orkest steeds vastere voet aan de grond krijgten. Haydn klinkt fijnzinnig en puntgaaf.
Zo ook de Vijfde van Schubert, die ook in grotere bezetting niet aan raffinement verliest.
|